Regulatory and compliance

Informatie aan beleggers in fondsen: EBI of EID?

Gepubliceerd op 21st Oct 2020

Op 1 januari 2018 is de PRIIP's verordening (verordening 1286/2014) van kracht geworden. In de PRIIP's verordening is geregeld in welke gevallen fondsen (beleggingsinstellingen en icbe's) een essentieel informatiedocument (EID) aan beleggers moeten verstrekken en in welke gevallen fondsen mogen volstaan met het verstrekken van essentiële beleggersinformatie (EBI).

EBI en EID

EBI (in het Engels Key Investor Information Document, ofwel KIID)) komt voort uit de UCITS-richtlijn (richtlijn 2009/65/EG, gewijzigd bij richtlijn 2014/91/EU). EBI is een informatiedocument dat is ontwikkeld voor beleggers in fondsen. In de EBI worden de voornaamste kenmerken van een fonds uitgelicht. Daarbij valt te denken aan algemene fondsgegevens, behaalde resultaten, kosten en risico's.

Het EID (in het Engels Key Information Document, ofwel KID) komt voort uit de PRIIP's-verordening. Het EID is ontwikkeld voor retailbeleggers in verpakte retailbeleggingsproducten (PRIIPs), waaronder deelnemingsrechten in fondsen. Het EID geeft inzicht in de werking, de risico's, en het rendement van verpakte retailbeleggingsproducten.

Wanneer moet EBI worden verstrekt?

De plicht om EBI aan beleggers te verstrekken is geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In de Wft en het BGfo wordt een onderscheid gemaakt tussen icbe-fondsen en niet-icbe-fondsen (AIF-fondsen).

Het BGfo bepaalt dat aan beleggers in icbe-fondsen waarvan deelnemingsrechten worden aangeboden, EBI verstrekt moet worden.

Voor AIF-fondsen ligt dit genuanceerder. AIF-fondsen die niet-verhandelbare closed-end deelnemingsrechten of open-end deelnemingsrechten aanbieden aan niet-professionele beleggers moeten (in aanvulling op de verplichte AIFMD-aanbiedingsdocumentatie zoals neergelegd in hoofdstuk 4 van de Wft) EBI aan beleggers verstrekken. Als deze AIF-fondsen alleen deelnemingsrechten aanbieden voor of van ten minste EUR 100.000 geldt de plicht om EBI te verstrekken niet.

AIF-fondsen die verhandelbare closed-end deelnemingsrechten (effecten) aanbieden hoeven geen EBI te verstrekken. Deze fondsen vallen in beginsel wel onder de plicht een prospectus conform de Prospectusverordening (richtlijn 2017/1129) te publiceren. Ook uitgezonderde AIFMD beheerders in de zin van art. 2:66a Wft hoeven in principe geen EBI te verstrekken.

Wanneer moet EID worden verstrekt?

Sinds 1 januari 2018 is de PRIIP's-verordening van kracht. Volgens de PRIIP's-verordening moet een EID aan retailbeleggers worden verstrekt voordat PRIIP's worden aangeboden aan retailbeleggers.

Retailbeleggers zijn, onder andere, geen professionele beleggers zoals gedefinieerd in de MiFID II-richtlijn (richtlijn 2014/65/EU). Deze MiFID II-definitie van professionele beleggers is op zijn beurt geïmplementeerd in de definitie van professionele beleggers in de Wft.

Deelnemingsrechten in fondsen die aan retailbeleggers worden aangeboden kwalificeren als PRIIP's. Om te voorkomen dat voor fondsen op korte termijn zowel EBI als EID opgesteld moet worden, bevat de PRIIP's-verordening een tijdelijke uitzondering voor fondsen om EID aan beleggers te verstrekken (de Tijdelijke Vrijstelling). Kort gezegd geldt dat alle fondsen die verplicht zijn EBI op te stellen vallen onder de Tijdelijke Vrijstelling. De Tijdelijke Vrijstelling gold in eerste instantie tot en met 31 december 2019, maar is verlengd tot en met 31 december 2021. Inmiddels wordt er gesleuteld aan de EID verplichtingen. Om de rechtsonzekerheid in de markt als gevolg hiervan te beperken is een wetsvoorstel in voorbereiding om tweede verlenging van de Tijdelijke Vrijstelling te realiseren. Bij inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zal de Tijdelijke Vrijstelling worden verlengd tot en met 30 juni 2022[1]

Wat moet ik opstellen?

In de tabel hieronder vatten wij kort samen of voor een fonds EBI of EID moet worden verstrekt.

Type fonds Soort aanbieding EBI EID
Icbe-fonds Deelnemingsrechten – geen onderscheid tussen retail- en professionele beleggers. Ja[2] Nee[3]
AIF-fonds Niet-verhandelbare closed-end deelnemingsrechten – aan retailbeleggers. Ja[4] Nee[5]
AIF-fonds Open-end deelnemingsrechten – aan retailbeleggers Ja[6] Nee[7]
AIF-fonds Verhandelbare closed-end deelnemingsrechten (effecten) – aan retailbeleggers Nee[8] Ja[9]
AIF-fonds Deelnemingsrechten (ongeacht closed of open-end) – aan enkel professionele beleggers Nee[10] Nee[11]
Uitgezonderde-beheerder Deelnemingsrechten (ongeacht closed of open-end) – aan niet-professionele beleggers Nee[12] Ja[13]
Uitgezonderde beheerder Deelnemingsrechten (ongeacht closed of open-end) – aan enkel professionele beleggers Nee[14] Nee[15]

[1] Het voorstel tot verlenging van de Tijdelijke Vrijstelling is geconsulteerd op 17 juli 2021. Voor de huidige status, zie deze site van de Europese Commissie.

[2] Art. 65 lid 2 BGfo.

[3] Art. 31(1) PRIIPS-verordening (verordening EU 1286/2014).

[4] Art. 115bb BGfo.

[5] Art. 32(2) PRIIPS-verordening. Zie ook deze AFM guidance.

[6] Art. 115bb BGfo.

[7] Art. 32(2) PRIIPS-verordening. Zie ook deze AFM guidance.

[8] Art. 115bb BGfo.

[9] Art. 32(2) PRIIPS-verordening. Zie ook deze AFM guidance.

[10] Art. 4:37p Wft, 115p BGfo.

[11] Art. 4(6) PRIIPS-verordening.

[12] Art. 4:1(5) Wft.

[13] Art. 32(2) PRIIPS-verordening. Zie ook deze AFM guidance.

[14] Art. 4:1(5) Wft.

[15] Art. 4(6) PRIIPS-verordening.

Delen

* This article is current as of the date of its publication and does not necessarily reflect the present state of the law or relevant regulation.

Kom in contact met een van onze experts

Interested in hearing more from Osborne Clarke?